Molentaal

Molens maken deel uit van een sociale gemeenschap en communiceren daar mee. Ze vertellen wanneer ze aan het werk zijn en wanneer ze rust hebben. Ook delen ze het verdriet en de vreugde met de omgeving.

De molentaal bestaat o.a. uit een aantal specifieke wiekstanden. Hieronder ziet u de meest gebruikte. Regionaal bestaan hier afwijkingen op, zoals een streek ook zijn dialect kan hebben.

Rouwstand

 

Klik op de afbeelding om te zien voor wie de molen in de rouw heeft gestaan.

 

Vreugdestand

 

Klik op de afbeelding om te zien voor welke gelegenheden de molen in de vreugdestand heeft gestaan.

 

Feesttooi

 

Klik op de afbeelding om te zien voor welke gelegenheden de molen “mooi gemaakt” was.

 

Korte rust

 

Zo staat de molen als er geen molenaars aanwezig zijn, of als er niet gedraaid kan/mag worden. Vaak staan de wieken iets schuin (in de vreugd) om regenwater in de wieken weg te laten lopen.

 

Lange rust

 

Deze wiekstand wordt in de regel gevoerd wanneer de molen eigenlijk niet meer operationeel is. We hopen dat dat voor onze molen nog heel ver in het verschiet ligt.

 

Spoedstand

 

Dit betekent: Met spoed naar de molen komen!
Wordt nu niet meer gebruikt omdat daar andere middelen voor gebruikt kunnen worden.

 

Voorbeeld:

Molentaal-2


Ook met vlaggen wordt met de omgeving gecommuniceerd.

Poldermolens (seinmolens) geven signalen aan elkaar door als ze bijvoorbeeld het water niet meer kwijt kunnen in de boezem en dan aan de onderliggende molens verzoeken om geen water meer op te voeren. Ook gaven vroeger de korenmolens signalen door naar de boeren in het achterland.

De meest gebruikte vlag is tegenwoordig de “blauwe wimpel“. Als deze op of bij een molen wappert, betekent dit dat bezoekers welkom zijn

Blauwe wimpel

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.