150 jaar Daams’ Molen – In gesprek met Dirk Brouwer

In aanloop naar het jubileumweekend van Daams’ Molen hebt u een aantal artikelen kunnen lezen over degenen, die het hart van de molen vormen, nl. het molenteam. Het is al enkele weken stil in en rondom de molen. Het Corona virus heeft ons allen in de greep. Maar computers en telefoon zijn goede gesprekspartners. Het interview met Dirk Brouwer, molenaar in hart en nieren, willen wij u niet onthouden. Veel leesplezier gewenst. (Willemijn Poort)

Hoe gaan jullie als molenaars om met deze lastige periode?
Af en toe zullen we de molen moeten laten draaien om te inspecteren of er geen problemen zijn. Dit doen we dan, rekening houdende met de huidige regelgeving, met max. twee mensen en helaas zonder bezoek.

Heb jij trouwens molenaars in de familie?
Mijn voorouders waren schippers, bierbrouwers en molenaars. Ze leefden kun je zeggen van de wind: Vento Vivimus!

Dus toch molenaars in de familie?
Volgens een koopakte uit 16 september 1748 kan één  van mijn voorvaderen zich de trotse eigenaar noemen van: Twee windmolens staande tot Noordbroek.
Sterker nog, in de Groningsche volksalmanak van 1927 is een lijst opgenomen met molenaars waarvan er maar liefst zes nakomelingen zijn van mijn vroegere voorouders.

Kom je zelf ook uit Groningen?
Ja, ik ben in Bedum geboren en in de stad Groningen getogen. Technische opleiding gevolgd,  getrouwd en gaan wonen en werken in  Oude Pekela.
Het centrum van de strokarton! Roerige tijden, veel stakingen.  Stro werd al snel vervangen door oud-papier als grondstof voor de het maken van karton. Kartonmachines werden omgebouwd, zelfs een nieuwe kartonfabriek in Winschoten uit  de grond gestampt.

Zijn jullie toen naar Winschoten verhuisd?
Nee, helaas stortte de papiermarkt in! Gloednieuwe fabriek dicht. Personeel ontslagen en op zoek naar ander werk.

Klinkt heftig en is het gelukt?
Dat was het ook. Uiteindelijk ben ik in het technisch onderwijs in Veenendaal terecht gekomen. Hierin heb ik zeker m’n draai gevonden.

Maar hoe kwam je dan in Vaassen terecht?
Door in 1984 leraar aan de Chr. MTS in Apeldoorn te worden, een woning te zoeken en zo uiteindelijk in Vaassen terecht te komen. Hier wonen we nog altijd met plezier.

En toen is het met de molen begonnen?
Nee, dat gebeurde pas nadat ik in 2010 vroegtijdig met pensioen ging. Van lieverlee kregen we meer tijd voor het oppassen bij de kinderen, wandelen van Lange afstands-Wandelpaden (LAW’s), bezoek aan musea , reizen, sporten, lezen, vakanties, etc. En dan praat ik nog niet eens over wat we vroeger allemaal aan hobby’s deden.

Zoals?
Hobby’s die vooral met wind te maken hebben. Vento Vivimus!
Van  grote drie dimensionale vliegers bouwen, (platbodem)zeilen en pijporgel(tjes) bouwen.

Vanaf wanneer begon de belangstelling voor de molen dan?
Dat was nadat de molen verhoogd was en men molenaars zocht. Gerrit, Ruud en ik hebben ons toen aangemeld en onder de bezielende leiding van Andries de opleiding gevolgd en geslaagd. Ook Rudy v.d. Beld, molenaar op de Werklust in Oene, mag ik hierbij zeker niet vergeten.

Achteraf  jammer dat je er niet eerder aan bent begonnen? 
Misschien, maar ik denk dat veel van mijn interesses en ervaringen op de molen goed van pas komen. Met de ervaring uit het bedrijfsleven kan ik me nuttig maken met het bedienen en technisch onderhouden van de molen. Met ervaring uit het onderwijs hoop ik kennis over te kunnen brengen  en vanuit m’n hobby’s heb ik om leren gaan met weer en wind.  Een stukje levenservaring is ook wel belangrijk.

Maak je nog leuke dingen mee op de molen?
Elke keer dat ik naar de molen ga, vind ik al een feestje.
Die keer bijv. dat men dacht een uil te horen. Niemand wist dat we een orgelpijp in het wiekenkruis hadden bevestigd. Flauw he?

Wil je ons nog iets meegeven?
Laten we hopen dat ons jubileumfeest een bevrijdingsfeest mag worden, al wordt het misschien een bescheiden feestje!

Mensen hou vol, veel sterkte!

150 jaar Daams’ Molen – aan het woord Andries Higler

Daams’ Molen bestaat 150 jaar. Op vrijdag 3 juli en zaterdag 4 juli is het feest. Alle reden om de molen en haar team in het zonnetje te zetten. Deze keer is dat molenaar en stimulerende kracht Andries Higler. (Tekst Willemijn Poort)

Dat de nu 76-jarige Andries belangstelling heeft voor techniek klopt wel.  Getuige zijn opleiding tot werktuigbouwkundige. In de praktijk pakte het anders uit. Bij Philips was hij werkzaam in Hilversum in de automatisering, planning en logistiek. Hij trouwde met Ria en verhuisde vervolgens via Gouda naar Apeldoorn. Daar wonen ze nog steeds. Vorig jaar hing er een spandoek aan Daams’ Molen met een felicitatie voor dit 50-jaar getrouwde paar. 

Die in de molen komt wordt licht bestoven
Zijn bemoeienis met de molen begon ruim 20 jaar geleden. Het kwam eigenlijk door de slager in Apeldoorn, die hem vroeg om een keer mee te gaan naar de grondzeiler in Warken. Daar is zijn belangstelling gewekt. De techniek van de molen interesseerde hem. Anders dan in een IC fabriek, zie je in een molen daadwerkelijk wat er allemaal gebeurt. Op zijn 55e begon Andries aan de opleiding tot windmolenaar. Twee jaar heeft hij toen in verschillende molens stage gelopen. Hij noemt zichzelf nog steeds Heggemulder. Een samenstelling van Heg wat ‘niet echt’ betekent en Mulder = molenaar. Letterlijk dus een onechte molenaar oftewel een rondtrekkende molenaar zonder molen, die zich per dag verhuurt. Eenmaal gediplomeerd was hij vnl. bezig op de molens in Warnsveld, Deventer, op de Wilpermolen in Posterenk en op de watermolen in Wenum. Bij deze laatste molen is Andries, als lid van het Houtzagersgilde, nog steeds actief betrokken. Vanuit zijn contact in Posterenk is hij bij Daams’ Molen terecht gekomen. Door het molenbestuur werd hem gevraagd de drie in opleiding aanwezige molenaars te begeleiden. Toen deze molenaars, Gerrit, Dirk en Ruud, slaagden is Andries gebleven. Zij vormen nog steeds een hecht team. Ieder met zijn eigen verhaal of zoals Andries het verwoordt: je moet 4x langs komen om alles over Daams’ Molen te weten te komen.

De molen draait niet met de wind van gisteren
Naast de techniek heeft Andries zich vele anekdotes eigen gemaakt. Zijn verhaal zit vol spreuken en gezegdes.  Zo heb je ook de taal van de wieken, waarbij de stand en zeilen een rol spelen. Vroeger gebruikte men dit als communicatiemiddel. Nu kennen we nog de verschillende standen van de wieken, zoals feeststand en rouwstand. Bij de geboorte van zijn vier kleinkinderen heeft hij bij verschillende molens de wieken in feeststand gezet. Op de vraag of hij nog tijd heeft voor hobby’s begint Andries te lachen. Momenteel doet hij het wat rustiger aan, maar hij houdt van het buitenleven. Lekker op de fiets langs de IJssel of door de bossen. Hij is druk met zijn tuin, die behoorlijk van omvang is en waarvan hij letterlijk de vruchten plukt. Ook is hij ruim 25 jaar actief lid van het Apeldoornse mannenkoor Bel Canto, met naast zang diverse bestuursfuncties.

Een stille molen maalt geen meel
Op dit moment zijn in Nederland 200 watermolens en ruim 1.000 windmolens in bedrijf.  Het molenbouwersvak wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Elke regio heeft zijn eigen molenbouwer en uitstraling. Andries schat dat er nog zo’n 10-15 molenbouwers in Nederland zijn.Iedere woensdag is Andries in Daams’ Molen te vinden. Zijn grote wens is om wat maalgoed te hebben. Hij denkt hierbij aan regelmatig een portie van 150-200 kg. Het is het beste voor het behoud van de molen en met een halve dag draaien wordt het leuker voor de molenaar.

Corona-virus

I.v.m. het corona-virus gelden in het land vanaf zondag 15 maart beperkende maatregelen voor samenscholing van mensen. In het verlengde van deze maatregelen heeft de Stichting Vaassens Molen besloten geen publiek meer te ontvangen op de molen zolang deze beperkingen van kracht zijn.

150 jaar Daams’ Molen – aan het woord Jurre Riphagen en Ramon Kroes

Dit jaar bestaat Daams’ Molen 150 jaar en is het 30 jaar geleden dat de molen is gereconstrueerd. Alle reden om de molen en haar team in het zonnetje te zetten. Op vrijdag 3 juli en zaterdag 4 juli is het feest in en om de molen. Deze week maakt u kennis met de molenaars in opleiding (MIO’s), Jurre en Ramon. Vrienden vanaf de basisschool, met
verschillende interesses, maar met een zelfde passie.

Jurre Riphagen en Ramon Kroes

Als kleine jongen vond Ramon de molen al leuk en vanaf zijn 14e komt hij er regelmatig. Hij volgt de opleiding 1ste monteur elektrotechniek op het Deltion College in Zwolle en in zijn vrije tijd doet hij de opleiding ‘vrijwillig molenaar’. Ook Jurre was 14 jaar toen hij, na een rondleiding van Ramon, werd aangestoken door het molenvirus. Het technische gedeelte en de geschiedenis sprak hem aan. Maar ook de gezelligheid van het molenteam. Vorig jaar is hij geslaagd voor zijn HAVO en nu is hij bezig met het VWO. Hij heeft de ambitie om naar de universiteit te gaan om geschiedenis te studeren. Naast zijn opleiding tot vrijwillig molenaar is hij dus druk met school.


Beide MIO’s zijn nu 17 jaar. Zij zijn veel op Daams’ Molen te vinden. Ramon zegt: natuurlijk laten wij de molen haar rondjes maken. Zij kan nog malen en af en toe gaat er wat koren over de steen heen. Maar er gebeurt veel meer dan de mensen denken. Klein onderhoud doen wij zelf. We houden de website bij en promoten onze molen. Als MIO leer je niet alleen je eigen molen kennen. Om je getuigschrift te halen moet je ook op een andere molen “draaiuren” maken. Er valt heel wat te leren geeft Jurre aan. Zoals de zeilen voorleggen, molen in de wind zetten en de molen leren vangen (stilzetten). En natuurlijk het technische gedeelte. Noodzakelijke handelingen worden hen geleerd door de molenaars. Als molenaar ben je altijd bezig met weer en wind. Daarom moet je minimaal een jaar bezig zijn om alle seizoenen te hebben meegemaakt. Dit jaar doen beide MIO’s examen.

Social media, hoe bereik je jongeren?
In plaats van naar voetbal of andere sport, gaat Ramon naar de molen. Als ik tegen leeftijdsgenoten zeg dat ik molenaar ben duurt het even voordat ze reageren en als ze reageren zeggen ze: dat zijn toch altijd mensen met een oud hoofd? Veel jongeren weten niet eens wat het inhoudt of nog erger, dat het vak molenaar bestaat. Hij adviseert om maar eens een kijkje te nemen op social media. Er moet een mysterie weggehaald worden. Een molen is super modern. Ook Jurre denkt dat je jongeren het beste kunt bereiken via video’s en foto’s op social media, maar zegt hij wat ook heel belangrijk is, dat ze op de molen komen. Want wanneer ze iets mogen doen op de molen, worden ze gemotiveerd. Dat spreekt het meeste aan. Ramon en Jurre bezoeken, als ambassadeurs, overal in het land verschillende molens. Van Daams’ Molen zeggen ze: Wij hebben een prachtige molen en een prachtig team van molenaars, maar daarmee zijn we er nog niet. Om de molen voor ons nageslacht te behouden, moeten wij de jeugd erbij betrekken, door bijvoorbeeld molenaar te worden of vrijwilliger. Ze hopen dan ook dat Daams’ Molen vaak blijft draaien en te bezoeken is voor iedere Vaassenaar.

“Kijkend naar Daams’ Molen, een gezonde molen, die minimaal 1 maal per week zijn wieken mag laten wentelen en Vaassen aan de horizon mag sieren, zou iedereen 1x in zijn leven de molen bezocht moeten hebben“.
Volg hen op Facebook of website: daamsmolen.nl

150 jaar Daams’ Molen – aan het woord molenaar Ruud Geerligs

Dit jaar bestaat Daams’ Molen 150 jaar en is het 30 jaar geleden dat de molen is gereconstrueerd. Alle reden om de molen en haar team in het zonnetje te zetten. Op vrijdag 3 juli en zaterdag 4 juli is het feest in en om de molen. In aanloop hier naar toe maakt u kennis met het molenteam. Aan het woord is Ruud Geerligs.

Wie is Ruud Geerligs
De naam Ruud Geerligs is bij de echte Vaassenaren goed bekend. Hij is in dit mooie dorp immers geboren en getogen. Vanuit de Apeldoornseweg is hij op 5-jarige leeftijd boven op de bakfiets van zijn vader naar de Stationsstraat vertrokken. Daar woont hij nog steeds met veel plezier. De vader van Ruud was timmerman. Een van zijn laatste klussen was het herstel van de bruggen over het Apeldoorns Kanaal.
Doordat de 72-jarige Ruud zijn hele leven in Vaassen ofwel Voassen heeft gewoond kent hij heel veel mensen. Het dialect is hem met de paplepel ingegoten. Ken oeh weh, wie bej? Zijn diensttijd heeft hij bij de marine uitgediend als wireless operator/telegrafist. Jarenlang heeft hij voor Wegener’s Couranten Concern gewerkt o.a. in public relations. Hij was de aangewezen persoon voor het faciliteren van evenementen, zoals bij de uitreiking van de Zilveren Camera en het vliegerfeest op de Ginkelse heide. Onderwerpen, die nog steeds actueel zijn. Vaak ging hij mee met de door de krant uitgezette excursies, waarop mensen zich konden inschrijven. Ook toen al was hij aanspreekpunt en vraagbaak. Het gezin Geerligs bestaat naast Ruud uit echtgenote Ineke, twee getrouwde kinderen in Nijmegen en Lunteren en drie kleinkinderen, waar hij volop van geniet. Na zijn arbeidzame leven is Ruud niet in een gat gevallen. Er is zoveel werk om je heen, geeft hij aan. Vroeger was hij al actief als leider bij de scouting, de welpen, verkenners en rowans. Alle onderdelen bij de Maarten van Rossumgroep heeft hij wel gehad. Vanuit de Stichting Jeugdleiding Vaassen onderhoudt hij nu nog samen met anderen de gebouwen, waarin de scouting is gehuisvest. Verder is hij actief voor het Gelders Landschap, bij de buitenploeg van kasteel de Cannenburgh. Het werken in de natuur zorgt voor een stukje ontspanning, terwijl je heerlijk in de buitenlucht bezig bent. Ook is hij zijdelings actief voor de Bekenstichting, de Stichting tot behoud van de Veluwse sprengen en beken. “Beken en sprengen zijn de thermometer van de Veluwe, en die thermometer staat in het rood” gaf de directeur van Geldersch Landschap en Kasteelen onlangs aan. Vroeger al waren de beken belangrijk voor de molens. De takken en bladeren moeten eruit, zodat het water weer vrij kan stromen. Het “schonen” van de beken gebeurd met een grote groep vrijwilligers. En vertelt Ruud trots: “er is weer prik gezien”, de beekprik, een zeldzame kaakloze vis.

Daams’ Molen
Destijds liep Ruud over het molenpaadje naar de molen om eieren weg te brengen. Het molenpaadje is inmiddels verbreed en heet sinds 1981 Houtzagerstraat. Hij steekt graag de handen uit de mouwen. Als er een klus te klaren valt is hij van de partij. Hij voelt zich dan ook prima thuis in het molenteam.
Deze gezellige molenaar heeft altijd tijd voor een praatje en een kop koffie. Liefst met een kuuksien, want dat hoort erbij. Je kan hem alles vragen en op veel vragen heeft hij een antwoord. De rondleidingen in Daams’ Molen zijn hem op het lijf geschreven. Op de woensdagen en verder op afroep wordt er vaak een beroep op hem gedaan. Zijn verhaal is doorspekt met anekdotes en wie de taal verstaat goat nog lange nie noa huus.


De jeugd heeft de toekomst
Ruud maakt zich sterk voor het betrekken van de jeugd bij het molenwezen. Want zoals hij zegt: “het korps molenaars wordt ouder en de jeugd heeft de toekomst”. Het bezoeken van basisscholen vindt hij een belangrijke en motiverende taak. Ook worden op hun beurt de basisscholieren uitgenodigd voor een tegenbezoek aan de molen. Ruud geniet van het enthousiasme van de kinderen. Prachtig vindt hij het als er dan een spreekbeurt uit voort komt. Dan is zijn doel bereikt. Maar vergeet ook de oudere jeugd niet. Vanaf 16 jaar kan je beginnen met de opleiding tot vrijwillig molenaar. Twee van deze enthousiastelingen zitten inmiddels in het team als MIO, molenaar in opleiding.


Natuurman in hart en nieren
Ruud had al jong een passie voor alles wat groeit en bloeit. Het onderhouden van zijn tuin, waaronder twee grote vijvers, is zijn lust en zijn leven. Zijn kelder is opslagplaats voor de heerlijke goudrenetten, ook wel Schone van Boskoop geheten. “Het zijn de enige echte“ voegt hij eraan toe. Hij geniet van de natuur. Of het nu van het roodborstje is, dat zijn vaste plekje in de tuin heeft gevonden of van Karel, de gewiekste 15-jarige kat, die niet rust voordat hij een muis gevangen heeft. Ruud is geen uitslaper, hij is al vroeg uit de veren en maakt dan tijd voor de dagelijkse wandeling met zijn hond Joris, een Friese stabij van 9 jaar. En of alle lichamelijke inspanningen nog niet genoeg zijn is hij ook nog wekelijks te vinden in de sportschool. Zijn vaste fitness circuit, bestaat uit 2 km roeien en het stoeien met de nodige gewichten. Prima in vorm geniet deze molenaar dan ook jaarlijks van een heerlijke vakantie en gaat samen met zijn Ineke op pad met de caravan om van het al het moois dat buiten Vaassen ligt te genieten. Het eiland Texel heeft dan wel zijn voorkeur.


Het belang van molen voor de Vaassense bevolking
De molen is onlosmakelijk verbonden met Vaassen. Ruud is hier duidelijk in. Het is een stuk historie, dat in stand moet worden gehouden. Op het onderwerp malen aangekomen geeft hij aan: “er zijn hier in de omgeving geen rogge- of tarwevelden meer. Er zijn ook strenge voorschriften van de voedsel- en warenwet, die het zelf malen van meel aan banden leggen. Neem alleen al de voorschriften die er zijn voor het transport hiervan. Voor het malen van diervoeder gelden andere regels. Met zo nu en dan een toeleveringsadres zou ik blij zijn”. En hij eindigt zijn betoog met:
Wulle hèb in Voassen een prachtige meule stoan. Hie dreait as een tierelier en ik hôape datte veur Vaoasen nog lange zo mag dreaien.

150 jaar Daams’ Molen – aan het woord molenaar Gerrit Gramser

Dit jaar bestaat Daams’ Molen 150 jaar en is het 30 jaar geleden dat de molen is gereconstrueerd. Alle reden om de molen en haar team in het zonnetje te zetten. Op vrijdag 3 juli en zaterdag 4 juli is het feest in en om de molen. In aanloop hier naar toe maakt u kennis met het molenteam. Deze keer is dat Gerrit Gramser.

Wie is Gerrit Gramser
Gerrit is vaak op de werkvloer van de molen te vinden. Een harde werker die samen met de anderen van het team zorgt dat de wieken blijven draaien. Trots vertelt hij dat het jaar 2019 is afgesloten met een record aantal omwentelingen van 212.341.
Geboren als fruittelerszoon in de Betuwe wist hij al jong wat het was om de handen uit de mouwen te steken. Na de middelbare school en het vroegtijdig overlijden van zijn vader, nam Gerrit het fruitteeltbedrijf over van zijn moeder. Hij was 24 jaar toen het bedrijf werd gesaneerd en hij verder ging in de ICT. Er volgde een verhuizing van de Betuwe naar Vaassen.
Inmiddels is Gerrit met pensioen, maar dat betekent niet dat hij op zijn lauweren is gaan rusten. Ruim zeven jaar geleden is hij gestart als vrijwilliger bij Geldersch Landschap en Kasteelen. Hij heeft onder meer het beheer van de boomgaard bij kasteel Cannenburch op zich genomen. Lekker buiten bezig zijn, terug naar waar het voor hem ooit begon: het fruitteeltbedrijf van zijn ouders.
In 2014 werd hij besmet met het molenvirus. Samen met Dirk Brouwer en Ruud Geerligs begon hij met de opleiding. Deze is erop gericht dat je in minimaal 150 praktijkuren, verdeeld over de vier seizoenen, alles leert wat nodig is om elke windmolen in Nederland veilig te kunnen bedienen. De drie molenaars in spe slaagden in 2016. Tevens bleef hun “instructeur”, Andries Higler, als molenaar met de molen verbonden. Hiermee kwam het aantal gediplomeerde molenaars op vier. Er zijn nu drie molenaars in opleiding, de zogeheten MIO’s. Het doorgeven van de molenkennis en zijn ervaring naar anderen is één van zijn speerpunten. En, zoals Gerrit aangeeft, hij wordt ook weer door de jongeren gestimuleerd.
Het molenteam is een groep enthousiaste mensen, ieder met zijn specifieke kennis en vaardigheden, maar ook met een gezamenlijke toewijding. Dat houdt in dat grotere klussen in teamverband worden uitgevoerd, maar ook dat ieder zijn specialisme in kan brengen. Gerrit vindt het bijvoorbeeld leuk om kleine handige verbeteringen aan te brengen die passen binnen de molen. Een beetje inventief zijn en buiten de box te durven denken is zijn motto.
Verder houdt hij de administratie bij zoals het kasboek, het verwerken van de “draaigegevens”, verzorgen van het jaarverslag en het onderhouden van de website. Op deze manier blijf je op de hoogte van wat er in de molenwereld om je heen gebeurt. En dat is iets dat Gerrit heel belangrijk vindt.
Zelf zegt hij: “Door mijn ICT-achtergrond, ben ik vertrouwd geraakt met computers. Dat had tot gevolg dat het onderhoud van de website mijn kant op rolde. De basis was in het verleden al gelegd door Cees Wittekoek. Het was een nieuw kennisgebied voor me, maar voor mijn gevoel een belangrijke schakel in de communicatie naar de buitenwereld. Ik hou persoonlijk niet van een flitsende website, maar van één die de informatie overzichtelijk naar buiten brengt.”
Natuurlijk moet er thuis ook wel eens wat gebeuren. Met plezier pakt hij de werkzaamheden in en om het huis en zijn tuin op. Gelukkig blijft er nog genoeg tijd over om met echtgenote Joke op fietsvakantie te gaan door Europa. Ja, deze molenaar heeft al heel wat kilometers in de benen. Tent achterop en gaan. Daarnaast verruimt hij graag zijn blik en maakt ook grotere reizen wereldwijd.

Het belang van molen voor de Vaassense bevolking
De molen is op dit moment niet functioneel en levert geen producten aan de gemeenschap en heeft op dat punt helaas geen bindingen met de bevolking. De molenaars vinden dat jammer omdat dat het vak “molenaar” invulling zou geven. De molen is daar technisch wel toe in staat. Voor de ouderen in het dorp is de molen een stuk historie dat in stand gehouden moet worden. Een draaiende molen laat zien dat het hart van Vaassen nog klopt.
Gerrit zegt: “De molen heeft de laatste 30 jaar een aantal ingrepen ondergaan en is daardoor voor een aantal mensen niet meer de oude dorpsmolen. Dat klopt. Maar als de stichting “Op eigen wieken” in 1985 niet voor de molen in de bres was gesprongen, hadden we helemaal niets meer. Samen met de Cannenburch en de kerk vormt de molen een mooi historisch trio. Houden zo. Met het koffie- en theehuis in de molen is het nu een gezellig trefpunt voor de bevolking en de passant.

Het molenteam, een hechte groep mensen
Op de vraag aan Gerrit wat zijn visie is op de molen en wat hij ons mee zou willen geven zegt hij: “Ik ben in de molenwereld nog maar een groentje met vijf jaar ervaring. Eén van mijn belangrijkste taken, naast het operationeel houden van de molen, vind ik, is het doorgeven van basis-molen-kennis aan de volgende generatie en het kweken van enthousiasme om die basis-kennis uit te breiden en ook weer door te geven. Verder vind ik het belangrijk dat het molenteam een hechte groep mensen is, die elkaars mening en inbreng respecteert, waar nodig aanvult en corrigeert. En ook als elkaars gelijken opereren. Beter een zeer goede onderlinge communicatie dan een sterke hiërarchie.”. En met “molenteam” bedoelt hij het collectief van alle betrokkenen: de Stichting Vaassens Molen, de Vereniging Vrienden Daams’ Molen en de molenaars en gidsen.